Farm to Knit.
Wat schuilt er achter een wollen trui?
De schapen op de Beatrixhoeve
Wij werken met het Kempisch Heideschaap, een karaktervol ras dat van oudsher thuishoort op de heide. Binnen Landschapsbeheer de Wassum, opgericht door Sjraar van Beek, worden onze schaapskuddes ingezet voor natuurbeheer. Door hun natuurlijke graasgedrag helpen de schapen heidevelden, bermen en andere groengebieden gezond en gevarieerd te houden.
Zelf ben ik, Loeki Knippenberg, eigenaar van een eigen kudde. Drie dagen per week trek ik met de schapen door heidegebieden en gemeentelijke groenvoorzieningen. Zo werken wij dagelijks aan een duurzaam en levend landschap.

Sorteren op wol voor de beste kwaliteit
Ongeveer tien jaar geleden ontdekte Sjraar van Beek dat onze schapen meer kunnen bijdragen dan alleen aan natuurbeheer. Sindsdien wordt er doelgericht gefokt op de kwaliteit van de wol, met als resultaat een steeds fijnere en zachtere vacht.
De kwaliteit van wol wordt uitgedrukt in micron: hoe lager het aantal microns, hoe fijner en zachter de wol aanvoelt. Vanaf ongeveer 30 micron verdwijnt de bekende ‘kriebelfactor’ grotendeels. Dankzij jarenlange selectie en fokkerij behalen onze volwassen Kempische Heideschapen inmiddels een gemiddelde van circa 28 micron, terwijl de wol van de lammeren zelfs nog fijner is.
Tijdens het scheren wordt iedere vacht direct beoordeeld en zorgvuldig gesorteerd in drie kwaliteitsklassen:
A-kwaliteit
De fijnste en zachtste wol. Deze wol wordt verwerkt tot hoogwaardige producten zoals truien, sjaals, mutsen en andere kledingstukken.
B-kwaliteit
Wol die iets grover is, maar nog steeds uitstekende eigenschappen heeft. Deze kwaliteit wordt onder andere gebruikt als natuurlijke vulling voor dekbedden, kussens en andere interieurproducten.
C-kwaliteit
Een kleine reststroom die niet geschikt is voor verdere textielverwerking. Deze wol krijgt alsnog een duurzame bestemming in voedselbossen en natuurprojecten, waar zij wordt ingezet rond planten en bomen. De wol helpt vocht vast te houden, onderdrukt onkruid en draagt bij aan een gezonde bodem.
Op deze manier benutten wij vrijwel de volledige vacht van ieder schaap en krijgt elke kwaliteit wol een waardevolle en duurzame toepassing.



Van vacht tot eindproduct.
Wassen, spinnen, verwerking in atelier.
Nadat de schapen geschoren zijn en de wol gesorteerd is, gaat de wol naar de wasserij in Verviers België. Als het gewassen is gaat het door naar de spinnerij in België. Waarom België? In Nederland is er geen spinnerij meer die op een grotere schaal aan een bedrijf als Farm to Knit kan leveren. De spinnerij in ons buurland is voor ons het meest dichtbij.
Voor een gedeelte van de producten voegen we 50% alpaca aan toe. Dit doen we om de wollen truien nog extra lekker zacht te maken. Kempisch heideschaap wol mixen met alpaca is een hele fijne en goede combi om te spinnen. De alpaca wol komt hier uit de buurt vandaan. Het mooie is dat ik kan mixen met de witte vachten van de kempen en de gekleurde vachten van de alpaca. Hierdoor krijg ik mooie melange kleuren, zonder dat de wol geverfd is.
Nadat de schapen zijn geschoren en de wol zorgvuldig is gesorteerd op kwaliteit, begint het ambachtelijke verwerkingsproces. De wol wordt eerst naar een gespecialiseerde wasserij in Verviers gebracht, waar zij grondig wordt gereinigd. Vervolgens gaat de wol naar een spinnerij in België, waar de vezels worden verwerkt tot hoogwaardig garen.
Waarom België? Helaas zijn er in Nederland geen spinnerijen meer die op de benodigde schaal wol kunnen verwerken voor bedrijven zoals Farm to Knit. De Belgische spinnerij is daarom voor ons de meest nabije en passende partner om de kwaliteit van onze wol optimaal te behouden.
Voor een deel van onze collectie mengen we de wol van het Kempisch Heideschaap met 50% Alpaca. Deze combinatie levert een bijzonder zacht, sterk en comfortabel garen op. De veerkracht van de schapenwol en de zachtheid van de alpacawol vullen elkaar perfect aan, waardoor een hoogwaardige basis ontstaat voor onze gebreide producten.
De alpacawol is afkomstig van dieren uit de regio. Door de witte wol van het Kempisch Heideschaap te combineren met de natuurlijke kleurschakeringen van alpaca ontstaan prachtige melangegarens. Het bijzondere hieraan is dat deze kleuren volledig natuurlijk zijn: er komt geen verf aan te pas. Zo blijft het karakter van de wol behouden en ontstaat een duurzaam product met een authentieke uitstraling.
Na het spinnen wordt het garen verwerkt tot diverse eindproducten. Zo ontstaat een collectie die volledig herleidbaar is: van schaap en herder tot het uiteindelijke product


Het atelier
In het atelier van Farm to Knit, gevestigd op de Beatrixhoeve, worden de garens die terugkomen van de spinnerij verwerkt tot hoogwaardige wollen producten.
Alle breiprogramma’s worden speciaal voor onze breimachines ontwikkeld en geprogrammeerd in het atelier. Zodra het programma gereed is, gaat de machine aan het werk. Voor een trui worden bijvoorbeeld afzonderlijke onderdelen gebreid: het voorpand, achterpand, de mouwen en de kraag.
Deze onderdelen worden vervolgens zorgvuldig aan elkaar gezet met behulp van een linkmachine. Dit is een ronde machine met fijne naalden waarmee de verschillende delen steek voor steek worden verbonden. Door middel van een kettingsteek ontstaat een sterke en vrijwel onzichtbare naad, waardoor het kledingstuk zijn hoogwaardige afwerking krijgt.
Na het confectioneren wordt ieder wollen item nog één keer gewassen. Wol heeft van nature een krimppercentage van ongeveer 15 tot 20 procent. Daarom wordt al tijdens het programmeren van de breimachines rekening gehouden met deze krimp, zodat het eindproduct na het wassen precies de juiste maat heeft.
Na deze laatste stap is het product klaar: een duurzaam en lokaal vervaardigd wollen item, rechtstreeks van boerderij tot klant.


